THE HOLY GRAIL
TOELICHTING OP MIJN WERK 2005 -2009


Geluk, liefde, geld, gezondheid –we willen het allemaal hebben en nog sterker, we denken dat het ons recht is dit te hebben. Hoe komen wij aan die gedachte?
In de massale zoektocht naar geluk is alles maakbaar geworden. Je uiterlijk, je innerlijk, je omgeving, je imago, je identiteit. Hoe wordt een identiteit gevormd? Hoe kan ik een nieuwe identiteit nemen? Wat gebeurt er als ik me loskoppel van mijn identiteit?

De behoefte gezien te worden en het vermogen werkelijk te zien. Verbinding aangaan. Taal, in al haar facetten, verbaal, non-verbaal, tussen de regels door. Humor. Serieuze onderwerpen, soms pijnlijk en gênant. Je mag er om lachen, dat doe ik ook. “Jij bent een Bergman met humor”, aldus een vriend en collega.

In mijn werk poseer ik als de archetypische vrouw die de legitimatie van haar bestaan zoekt door middel van overgave aan de ander. Zo is er een iconografie ontstaan vol verwijzingen naar mythologieën, sprookjes en hedendaagse fenomenen als datingsites en speeddating, naar TV- programma’s als Extreme Make-over, Idols en naar kunstenaars als Andy Warhol, Tracy Emin, Sophie Calle en Jeff Koons. Hierin komen vragen over de maakbaarheid van de mens aan de orde.
Nietzsche zei, toen hij God doodverklaard had: “Kunst is het verlangen ergens anders te zijn”. In mijn gedachten ontwikkelde deze uitspraak zich tot: het verlangen ergens anders te zijn - een ander te zijn - te zijn.

Ik onderzoek ook hoe andere vrouwen zich verhouden tot de archetypische vrouw.
Wat gebeurt er in de psyche van de vrouw in een samenleving waar het belang van gelijkwaardigheid van man en vrouw benadrukt wordt en tegelijkertijd de archetypische man- vrouw verhouding nog steeds voelbaar is, waar de gelijkheid met woorden beleden wordt maar nog niet geïnternaliseerd is.
Waardoor worden de diepste verlangens van vrouwen (en mannen) vormgegeven?

Hieronder wil ik nader ingaan op een paar vroege sleutelwerken om zo te laten zien wat mijn inhoudelijke en artistieke uitgangspunten zijn en hoe die in mijn werk tot uitdrukking komen.

The Beauty and the Beast - Celebration of the beast: vanaf 2005 heb ik mij laten inspireren door het sprookje The beauty and the beast. Hoe meer ik mij in het sprookje ging verdiepen, hoe complexer het werd. Je kunt er van alles in terugvinden, van internetdating en het Stockholmsyndroom tot het verhaal van adolescentie en rolbevestigende patronen. Mijn eerste werk in deze serie is de korte film The Beauty and the Beast gevolgd door A Celebration of the Beast, een diavoorstelling in een speciaal voor dit werk gemaakte ruimte, geïnspireerd op een circustent en de tent waarin vrouwen uit het Midden-Oosten tijdens hun ongesteldheid samenkwamen ("the Red Tent"). In deze twee werken zien wij een liefdesspel van een vrouw en een plastic leeuw. Ik merkte dat veel mensen niet meer kunnen/willen zien dan een blote vrouw en daarom denken dat het over seksualiteit gaat. Het gaat echter verder dan dat: het gaat om de wens de werkelijkheid naar je hand te zetten. De kinderlijke wens om datgene waar je zo vurig naar verlangt te krijgen, zo vurig, dat je in staat bent dat voor jezelf te creëren en zo een ultieme projectie te vormen waarin een plastic leeuw de minnaar van je leven wordt. Mijn ervaring is dat de toeschouwer zich ongemakkelijk gaat voelen door dit werk, maar ik zelf ook. Ik denk dat dit komt doordat mijn werk iets laat zien dat de grens tussen private en publieke ruimte overschrijdt: de toeschouwer wordt betrokken en tot voyeur gemaakt.

Klaagkommuur. Als deel van mijn onderzoek betreffende het project Looking for Mr Right heb ik me ingeschreven op een datingsite en heb ik een aantal mannen (en vrouwen) ontmoet. Een van hen was een Nederlandse acteur die in een bekende soap speelde (icoon: De Acteur). Hij had zich net als ik onder verschillende personages ingeschreven als deel van zijn eigen onderzoek. In zijn profiel schreef hij: "Ik ben geïnteresseerd in jou als mens en niet in de rollen die je speelt" en dat hij een boek las met de titel Als het leven een spel was zouden dit de regels zijn. Vervolgens ontmoette hij vrouwen die rollen speelden in zijn spel. Hij zei: “I'm the biggest Casanova you'll ever meet". Nu is hij een stap verder gegaan door op het digitale netwerk Wayn naar vrouwen te zoeken voor de verfilming van zijn boek Ik ben Liefdesgoeroe. Het boek is nog niet klaar, maar de acteur zoekt al vrouwen voor de film. Hijzelf in de hoofdrol en uiteraard als regisseur. Onze eerste chatsessie heb ik in zijn geheel overgezet naar een lichtkrant die tentoongesteld werd tijdens een expositie in 2006, samen met mijn installatie Kussen. Omdat het meer over droom dan werkelijkheid ging, heb ik zijn uitspraken op kussens gedrukt en een hele muur ermee bedekt. Toen ik dit werk wilde documenteren en ervoor ging staan, werd ik geschokt door de clichématigheid van de uitspraken. Klaagkommuur is de transformatie van opwinding naar benauwdheid. Wat begon als een performance van een kussen- en woordengevecht met de acteur (thema: aantrekken - afstoten), groeide uit tot een muur vol kussens als decor voor een eenmansperformance (thema: projecties) als uiteindelijk resultaat.

_________________________________________________________

Zomer 2009 ben ik voor het eerst in zes jaar teruggegaan naar Zweden. Door de plekken, en de mensen met wie ik opgegroeid ben, weer op te zoeken, heb ik geprobeerd Het Zweedse Gevoel (het Unox- gevoel), of beter: mijn Zweedse gevoel, vast te leggen. Dit resulteerde in de film Friskt humör (Frisse bui, 20 min). Telkens als ik terug ga naar Zweden overvalt mij het overweldigende gevoel van de immense ruimte en tegelijkertijd bekruipt mij een beklemmend gevoel. Hoe vertaal je deze contradictie naar beeld?

Ik ben een kind van de verzorgingsstaat, waar iedereen in een mal gegoten werd waarin je tevreden hoorde te zijn, waar alles erop gericht was het leven beheersbaar te maken. Een nieuwe mens maken volgens het principe van de piramide van Maslow. In de zestiger jaren sloopten ze de oude huizen van rood hout en zetten ze flats neer, want alles wat nieuw was, was per definitie goed. Op elkaar gestapelde schoenendozen met dezelfde inhoud, flats in rijen, buitenwijken als in een Oostblokland. De flats werden gebouwd met een beperkte houdbaarheidsdatum. Ze waren grijs. In de tachtiger jaren kregen de flats vrolijke kleuren zoals paars, geel en appelgroen.

Op straat kijkt niemand de ander aan, in de natuur wel. Zweden is het land van de trollen en het land van Astrid Lindgren, de moeder van verhalen over kinderen die rebelleren tegen de verzorgingsstaat. De Zweed kan niet zonder natuur, die zit in zijn genen. Hij moet naar buiten, met een rugzak met de thermoskan vol warme chocolademelk en hotdogs voor op het houtvuur. Binnen is het warm en staat de kanelbulle (zoet broodje met suiker en kaneel) te bakken in de oven. Het eerste woord dat een buitenlander leert is fika, d.w.z. koffie met bulle. Iedereen, van zwerver tot koningin, verlangt naar een fika. Veiligheid en geborgenheid zoeken in een immense ruimte, iets van vroeger terug vinden, iets van de kindertijd misschien. Zelfs in de gekraakte ruimtes waar punkbands vroeger speelden, was de geur van de kanelbulle overheersend.

Mijn nieuwste project speelt zich af in een andere immense ruimte, de woestijn. De film Een en Twintig zonnen in een vlecht (2009) moest een choreografie worden van evenveel vrouwen in de woestijn. Naarmate het project vorderde, ging het steeds meer over mijzelf in relatie tot de ander. In mijn ijver de Ander te ontmoeten, iemand van een andere cultuur, ging ik mij distantiëren van de groep Nederlandse vrouwen en mijn eigen westerse achtergrond.
Zodoende ontkende ik mijn eigen identiteit en ontstond er een leegte die ik vulde met woestijn.
Geen gisteren, geen morgen, alleen zand, sterren en illusies.

Eenentwintig westerse vrouwen in de woestijn tussen Cairo en Luxor. We verbleven bij de bedoeïenen, die ons hun dansen leerden en voor wie wij dansten, iets dat tegen hun cultuur indruist. Door de afhankelijkheid van ons geld wordt de bedoeïen (de man) tot deel gemaakt van het private verlangen van de Westerse toerist (de vrouw). Hoe is het leven van de bedoeïen veranderd met de komst van dit soort toerisme? Wat zoeken wij vrouwen in de woestijn, in een exotische cultuur met mannen die trommelen?
Is het de stilte van de woestijn die lokt, of is het de hele entourage, de rekwisieten waar je je leven mee vormgeeft, zoals de bedoeïenen die door ons betaald worden om in de camera te kijken met hun zwarte ogen, in ons 'Themapark Woestijn'?
Het lijkt zo romantisch, maar het is dezelfde plek waar vrouwen worden besneden en gestenigd. Een plek waar de vrouwen nog steeds regelmatig doodgaan in het kraambed. Dezelfde plek waar ik alles vergat toen ik even geloofde dat ik geboren was voor een leven in de woestijn. “Het staat geschreven in Het Boek", zegt de bedoeïen. De gids uit de stad zei: “De woestijn doet vreemde dingen met de mens”.

In plaats van een “choreografie”, wordt de film nu een kakofonie van projecties, animaties, geënsceneerde scènes, vakantieopnames en interviews.

Misschien had ik voor mijn werk zelf nog een stap verder moeten gaan en mezelf werkelijk voor een tijd laten adopteren door een bedoeïenenfamilie, net zoals ik dat gedaan heb door families in De Lac, België, in het project Second Chance, 2008. Tweehonderd vijftig gecatalogiseerde foto's van huizen, de vondeling en haar nieuwe families. De huizen hebben allemaal hun eigen persoonlijkheid. Ik vroeg mij af of de families in die huizen op de huizen zouden lijken, net zoals honden lijken op hun eigenaars. En hoe mijn leven eruit had gezien als ik opgegroeid was in een van die huizen. Ik zag een huis met witte torens en blauwe daken met geboetseerde engelen op de gevel en riep: In dit huis woont zeker een kunstenaar! Als ik in dit huis opgegroeid was, was ik vast en zeker gestimuleerd om kunst te maken, wat mijn leven later, als kunstenaar, veel makkelijker gemaakt had!
Ik heb mezelf te vondeling gelegd op de stoep, alleen gekleed in het maagdelijk witte ochtendjas en de witte pantoffels van het hotel, anoniem, met een briefje: Zorg voor mij, voed mij, kleed mij, benoem mij. Geef mij een naam en leer mij jullie waarde en normen! Geef mij een beter verleden met de kans op een betere toekomst!!

De filosoof Emmanuel Lévinas noemt de ontmoeting met de Ander "een fundamentele gebeurtenis", het belangrijkste wat kan worden beleeft. Levinas hoort tot de filosofische kring dialogisten die het idee van een Ander -een unieke en onherhaalbare identiteit- hebben ontwikkeld als reactie op twee fenomenen: de geboorte van de massasamenleving die de individualiteit afschafte, en de expansie van totalitaire ideologieën.

Hij wilde de Ander leren kennen, zijn gewoontes en zijn taal leren kennen, zien hoe de Ander leeft. Hij wil dat zelf zien, zelf ervaren, om er later getuigenis af te kunnen leggen (...)

"De ene cultuur heeft moeite om de andere cultuur te begrijpen, de deelnemers en dragers van die culturen ondervinden hetzelfde probleem", zegt Ryszard Kapuscinski, reporter en schrijver. "Men betaalt een hoge prijs voor het zich losrukken van zijn eigen cultuur. Het is dan ook belangrijk een eigen, duidelijk gedefinieerde identiteit te behouden, haar kracht, waarde en rijpheid te beseffen. Alleen dan kan men met een gerust hart de confrontatie met een andere cultuur aangaan. De Ander vormt een spiegel waarin we onszelf bekijken en bekeken worden, een spiegel die ontmaskerd en ontbloot, iets wat we liever willen vermijden."

In deze tijd worden andere culturen in eigen land vaak afgedaan als tweederangs. Nationalisme viert weer hoogtij, de tolerantie is minder geworden. Tegelijkertijd is er een beweging op gang gekomen die juist geïnteresseerd is in andere culturen en religies zoals in India, in het soefisme en in Bedoeïenen, zigeuners, Maori’s en andere exotische volkeren. Deze beweging vind ik interessant.

Als beeldend kunstenaar ben ik de raakvlakken gaan opzoeken tussen beeldende kunst en podiumkunst. Ik wil meer theatrale expressie in mijn werk en ik wil kunstfilms maken met een documentair uitgangspunt. Ik wil mijn werk plaatsen in een bredere sociaal/maatschappelijke context maar tegelijkertijd dieper op mijn eigen thema’s ingaan, om zo tot de kern te komen tot waar het voor mij werkelijk om gaat.

In mijn werk neem ik graag mijzelf als uitgangspunt, in de hoop dat het verhaal het persoonlijke overstijgt, en dat de toeschouwer zich er in kan herkennen. Denk aan de filmmaker Sunny Bergman; in haar documentaire Beperkt Houdbaar gaat het over een beladen onderwerp zoals het heersende schoonheidsideaal en de maakbaarheid van de mens. Dit verhaal vertelt zij door zelf naar de plastische chirurg te gaan om te vragen: “Wat is er mis met mij ? Of ben ik zo mooi genoeg?”. Om vervolgens voor de camera af te worden gemaakt, want niets deugt aan haar lichaam volgens de chirurg.

Naast film en performancewerk wil ik een interactief aspect toevoegen. Ik begin een weblog, waar ruimte is voor gedachten en verhalen, maar dat ook een platform kan zijn voor discussies gekoppeld aan lopende projecten.

April Bergvik,

Amsterdam 2009