Ik ben geboren in het teken van de stier, in de vierde maand van het jaar, de grasmaand. In hetzelfde ziekenhuis als waar mijn oma stierf 40 jaar later, het ziekenhuis van Falun (Zweden). In het jaar van het album en de film Help! (Beatles), het jaar waarin Ringo Starr een zoon kreeg die ging drummen in Oasis. Het jaar waarin het onbemande Sovjet-ruimtevaartuig Luna 5 neerstortte op de maan. Het jaar waarin Bart Huges beweerde tot een hogere staat van bewustzijn te komen door een gaatje in zijn voorhoofd te boren met een Black en Decker-boor.
Het jaar dat Amerika 3.500 mariniers naar Vietnam stuurde, het begin van de oorlog. “Vietnam är nära, nära som ett löfte”, ik ken nog steeds de liedjes van onze Vietnam-plaat uit mijn hoofd.

Het begin van een tijdperk waarin ouders geen ouders meer wilden zijn, maar zich gingen gedragen als kinderen, waarop de kinderen gedwongen werden zich te gaan gedragen als ouders.

Ik las ergens in een horoscoop dat mensen die geboren zijn in 1965 het moeilijke opzoeken; want waarom makkelijk als het moeilijk kan? Zo worden de 65ers sterk; altijd een oplossing moeten zoeken, een manier om er door heen te komen, te overleven, te evalueren, zich te kunnen redden uit allerlei hopeloze situaties.
1965, deel van de generation X, de verloren generatie die weer ingehaald werd.

Wachtend en klagend bij de keukentafel, mijn 13e jaar was een eindeloze zondag 3 uur, een gat vol van niets. Ik bevond mij in een niemandsland. Ik was geen kind meer en ook niet volwassen. Voor mijn ogen zag ik mijn beste vriendin transformeren van meisje tot vrouw, zij kreeg een babyzus die zij verzorgde samen met haar vriend, ze haalde de beste cijfers, ging naar het gymnasium en de universiteit; familie, carrière, toekomst. Ter vervanging van de verloren vriendschap trok ik dat jaar, puur uit noodzaak, op met een ander meisje, een fervent leugenaarster en opschepster, haar hele familie fanatieke soldaten van het leger des heils. De anderen meisjes hielden zich alleen bezig met mode en feesten.
Ik wist niet hoe en wat, alleen dat ik het niet wilde zoals de anderen, zoals "het hoorde". Ik wilde iets anders en wel meteen.

En toen kwam de punk, als een nis waarin ik paste.
In de lente werd ik 14, ik knipte mijn haar af en verfde het rood, deed suikerwater en scheerschuim erin zodat het plakkerig rechtop stond. Het werd zomer 1980, een bijzondere zomer.

Wij kwamen elkaar tegen in het anarchistische boekcafé De Zwarte maan. Wij die niets te doen hadden. Vandaar uit groeide het; we maakten straattheater, muurschilderingen, kranten, kraakacties, er was elke dag een bandje ergens, wij vulden hele metrowagons en pendeltreinen en reisden heel Stockholm af, en de rest van het land ook. De nietsnutten van toen behoren nu tot de top, de mensen die er toe doen in Zweden, de auteurs, de journalisten, de filmmakers, de fotografen, de muzikanten, de geluidstechnici, de barman van het jaar enz.

Maar goed. 1965.

(...)

Dit is de inleiding van "Het fundament".
Dat is het antwoord op de waarom's, waarom alles werd zoals het werd.

Maar ik heb een afspraak gemaakt om 3 jaar te wachten met publicatie, dus je moet even geduld hebben.

Voor degenen zonder geduld, alvast hoofdstuk 1 .....>